Vrede

Vrede. Naar binnen gaan. Vrede in haat, vrede in onwetendheid, vrede in de angst, vrede in geluk, vrede in wat ik met me draag, vrede in wat jij met je draagt, vrede in mijn achtergrond, in jouw achtergrond, vrede in terroristen, vrede in ondraaglijke pijn, in onverteerbaar verdriet, vrede in paniek, vrede in oneerlijkheid, vrede in gevallen krachten. Vrede in grenzen, vrede in grenzeloosheid. Vrede in niet-weten, vrede in alle verschillen en ook alle gelijkenissen. Vrede in de pijn ook, die we allen voelen, en waar vanuit we veelal handelen. Vrede in het voelen, in de werkelijkheid. Vrede met vrede, met niets, met alles..

Ik erken de pijn, via een gedicht, wat ooit uit mijn zijn tevoorschijn kwam. Met Pluto in mijn tiende huis, vrede in de krachten in mij. Ik deel het. Moge de kracht en de waarheid van mijn aanwezigheid alle levende wezens geluk brengen en de oorzaak van geluk, moge zijn vrij zijn van lijden en de oorzaken van lijden en mogen zij nooit gescheiden zijn van het grote geluk, dat vrij is van lijden.

‘De pijn van het bestaan
doorklieft zich grijzend door haar zijn
sadistisch het goede vergruizend
ontneemt hij wrang de van haar de schoonheid
niet langer kunnen zien
onmachtig te voelen
onnodig te denken
totdat zij ziet bij hem
de goddelijke schoonheid
van de liefde
haar wil is reeds gebroken dan
het verlangen weer geboren
zo stort zij zich
verblind door licht
haar eigen ravijn weer in
De vreugde
niet te dragen
valt zij in stukken uiteen
want met het Goddelijk herontmoeten
komt onverschoond
het eeuwig oude lijden
ruw en rauw tevoorschijn
zichtbaar
zonder huid
onbeschermd en bloot
breekbaar als de dag
nog net niet aangebroken
en zij rent terug
temidden van de duisternis
waar zij niet voelt
niet is
slechts dood
slechts dood
slechts dood
Doch is het leven
niet te stuiten
steeds weer tracht zij
haar te wekken
en als zij voelt
de slaap waarin zij is
verlangt zij slechts
in een ander zijn
opnieuw weer te ontwaken
en dood wil zij
en dood wil zij
en dood
en dood
en dood

en als zij ’t leven weer
vindt in de ander
zijn zijn
wordt zij onrustig
gaat op zoek
naar het zelf
vrijwillig gedood
en voelt ze haar dood zijn
in hem
verslaafd aan zijn liefde
die hij niet meer heeft
want zij is verdwenen
in hem

En zo tergend bestaan zij
en kunnen niet zonder
en hij zoekt haar
en zij zoekt zij
en als hij haar
uiteindelijk verlaat
voelt zij slechts weer
in ongrijpbare
duistere eenzaamheid
de diepten van haar pijn
en dood
en dood
en dood
wil zij
als een reflex
komt weerom die gruwelijke wens
kwijnend door haar ontwaken heen
ongrijpbaar voor haar slapende staat van zijn

En haar eeuwige wakende engel
staat naast haar te wenen
onmachtig
te wachten
ook zij bereikt haar niet
oh tergende werkelijkheid
wat moet zij u doen
tot ook zij u zal verlaten
en eeuwig
eeuwig
eeuwig
u geheel alleen
uw eigen vuur
moet maken
om dan tenslotte
geheel gebroken
weer op uw knieën
terug te komen
naar het huis
wat u zelf hebt verlaten

En hier begint voor haar
een nieuwe weg
geboren wordt zij
in de schoot
van de roze aardehemel
op zachte bloembladeren
ligt haar zwaar gewonde lichaam
huidloos
onwetend
door pijn overweldigd
beginnend ontwakend bewustzijn
wordt zij door haar
niet te dempen tranen
de goddelijke schoonheid gewaar

De pijn wil zich voelen
oh ja en zij ook
ze houdt van de pijn
waardoor God zich laat zien
gesterkt door zijn blik
of verliest zij zich?
Nog alle malen
in Goddelijke psychose
van de hemelse realiteit
het ware zijn
niet kunnen verenigen
met de aardse werkelijkheid’

Abonneer op onze nieuwsbrief